In het hart van de Baix Empordà ligt Begur, een dorp van ongeveer 4.000 inwoners dat in de zomer vertienvoudigt. Het bestaat uit een hooggelegen oud centrum met de ruïne van een 11e-eeuws kasteel en — en dit is wat het echt bijzonder maakt — zeven kleine baaien (cales) verspreid langs een grillige kustlijn van 12 kilometer.
Castell de Begur: het oriëntatiepunt
Begin je bezoek op de kasteelheuvel boven het dorp. Van het kasteel zelf staan alleen nog de buitenmuren overeind — gesloopt door Filips V in de 18e eeuw — maar het uitzicht is ongeëvenaard: 360 graden over de Empordà-vlakte, de Medes-eilanden en op heldere dagen de Pyreneeën. De wandeling vanaf het dorpsplein duurt vijftien minuten en is steil maar gepaveerd; doe het in de ochtend of net voor zonsondergang.
De zeven baaien: welke past bij jou?
Sa Tuna
Het bekendste beeld van Begur: een halvemaanvormige baai met een handvol witte huizen, blauwe luiken, een paar kleurrijke vissersbootjes op het kiezelstrand. Geen zand, geen massale aanloop — alleen twee restaurantjes en een hotelletje. Parkeren is beperkt; kom vóór 11:00 of na 17:00 of laat de auto bij het dorp staan en wandel een uur langs de Camí de Ronda.
Aiguablava en Fornells
Twee baaien naast elkaar, gescheiden door een rotsig schiereiland. Aiguablava ("blauw water") heeft fijn wit zand en de helderste turquoise tint van de hele Costa Brava — het lijkt op iets uit de Caraïben. Fornells is iets ruiger, met meer kiezels en een rustige jachthaven. Tussen beide ligt het Parador Nacional, een staatshotel waar je ook als niet-gast op het terras kunt drinken met het meest fotogenieke uitzicht van de kust.
Sa Riera
De grootste en meest familiale baai. Langer strand, meer ligstoelverhuur, restaurants direct aan zee, een redelijke parkeerplaats. Hier zijn ook de meeste appartementen en kun je SUP's en kajaks huren. Net buiten de baai liggen de naaktstranden Illa Roja en Cala del Moreno — niet shockerend, gewoon een traditie sinds de jaren '70.
Aiguafreda en Sa Tuna Petita
De rustigste twee, alleen bereikbaar via een steile weg of via de Camí de Ronda. Geen zand, alleen platen rots waar mensen handdoeken op leggen. Het water is glashelder en perfect voor snorkelen — er zijn ankerverbodzones, dus geen jachten in de baai. Neem je eigen lunch mee; restaurants zijn er nauwelijks.
Camí de Ronda: van Sa Riera naar Aiguablava lopen
De Camí de Ronda is een wandelpad dat de hele Costa Brava volgt — oorspronkelijk een patrouilleweg om smokkelaars te onderscheppen. Het stuk Begur is misschien wel het mooiste: in 4 uur loop je van Sa Riera via Aiguafreda, Sa Tuna en Aiguablava naar Fornells. Vijf zwemstops, een paar trappenrijen, geen geasfalteerde wegen. Goed schoeisel nodig. Doe het in mei, juni of september — in juli is het te warm na 11:00.
Geen schaduw
Op grote delen van het pad sta je in volle zon. Neem minstens 1,5 liter water per persoon mee en een hoed. Er is geen mobiel bereik op delen tussen Aiguafreda en Sa Tuna.
Waar verblijven
Begur zelf heeft geen camping in het centrum — het is een gemeente waar de overnachtingsplaatsen vooral kleine hotels en vakantievilla's zijn. De grote campings liggen in de aangrenzende gemeente Pals (Cypsela Resort, Camping Playa Brava, Mas Patoxas) en in Palafrugell. Vanuit elk van deze ben je in 10–15 minuten met de auto in het centrum van Begur of bij de baaien. Een van de redenen waarom een huurcaravan op een camping bij Pals zo populair is: je hebt prijsmatige voordeel én bent in vijftien minuten in een van Spanjes mooiste gebieden.
Eten in Begur
- Es Niu: in het oude centrum, traditioneel maar verfijnd; reserveren essentieel.
- Restaurant Sa Tuna: aan de baai, eenvoudige verse vis op een terras dat 's avonds eindigt met de voeten in het zand.
- Toc al Mar (Aiguablava): de meest gefotografeerde lunchplek van de Costa Brava — laat de paella van zeevruchten komen.
- L'Anyora: chef Toni Massanés mengt Catalaans met Aziatisch, voor wie iets anders wil.





