Seizoen 2026

Lokale tips

Zeven verborgen baaitjes aan de Costa Brava (die niet in de reisgidsen staan)

Aiguablava en Sa Tuna zijn beroemd om een reden, maar tegen augustus zijn ze vol. Dit zijn zeven kleine baaien die de moeite waard zijn — een paar stappen extra, niet in de reisgidsen, vaak nog steeds vrijwel leeg in juli.

7 min lezen 17 mei 2026
Een afgelegen baai aan de Costa Brava bij zonsondergang

De Costa Brava is grillig — een woord dat ook in het Catalaans "wild" betekent. Aan een kustlijn van 220 kilometer liggen meer dan 200 stranden en baaien, waarvan er een handjevol jaarlijks duizenden Instagram-foto's genereert. De rest blijft buiten beeld. Hier zeven baaien die we zelf graag bezoeken, sommige met een gemakkelijk loopje, andere alleen na een serieuze wandeling.

1. Cala Estreta (Palamós)

Park bij La Fosca aan het einde van de Carrer Garbí (gratis parkeren, maar in juli vol om 10:00). Daarvandaan 25–30 minuten lopen langs de Camí de Ronda, zandpad, beetje klimmen. De baai zelf is een kiezel­strand van ongeveer 80 meter, omgeven door rode schistrotsen, water in alle tinten blauw. Geen voorzieningen. Snorkelen vanaf de zuidelijke rotspunt: octopussen, doradas, soms een mantarog.

Geen schaduw

Op Cala Estreta is geen natuurlijke schaduw. Voor 11:00 en na 17:00 is verstandig in juli/augustus. Neem een parasol of een eenvoudige strandtent mee.

2. Cala Vigatà (Palafrugell)

Tussen Tamariu en Llafranc. Een steile betonnen trap omlaag (200 treden), de meeste mensen draaien om bij de eerste 50. Resultaat: een baaitje van 30 meter zand, twee rotsplaten om vanaf te springen, en een diepe blauwe pool. Geen restaurants. Bring je eigen koud water en lunch.

3. Cala del Crit (Begur)

Op de Camí de Ronda tussen Sa Riera en Aiguafreda — niet aangegeven op een wegwijzer, je herkent hem aan een uitkijkbankje aan de zee­kant van het pad. Vanaf het bankje een steile maar korte route omlaag. Vier of vijf rotsplaten waar je een handdoek op kunt leggen, kristalhelder water in een baai die nooit meer dan tien mensen tegelijk telt.

4. Cala Joncols (Roses)

Via een onverharde weg over de bergrug tussen Roses en Cadaqués — niet voor lage auto's, maar elke gewone SUV redt het. Aan het einde een baai met één hotel-restaurant uit de jaren '60 dat zonder Wi-Fi en zonder veel technologie open is gebleven. Sicilië-gevoel in Spanje. Lunch hier (paella, gegrilde inktvis) met de voeten in het zand.

5. Cala Calella de Palafrugell — het noordelijke eind

De hoofdbaai van Calella is bekend, maar als je naar het noordelijke uiteinde loopt voorbij het rotsig schiereiland, kom je in een mini-baaitje van 20 meter zand, omgeven door dennenbomen die schaduw geven tot na het middaguur. Vijf minuten lopen vanaf de hoofdbaai.

6. Cala Pelosa (Cap de Creus)

Niet aangegeven. Vanaf de vuurtoren van Cap de Creus terug rijden richting Cadaqués, na 2 kilometer een onverharde zijweg richting de zee (links als je vanaf de vuurtoren komt). Auto laten staan, 15 minuten lopen door doornige struiken. Een baai met grote rotsblokken in glashelder water — niet groot, ruimte voor 6 mensen op de rotsen. Bijna nooit volgeboekt.

7. Cala Castell (Begur — noordkant)

Bereikbaar via een onverharde weg vanaf Carretera de Pals-Begur, parkeer in het bos en loop 10 minuten over een kustpad. Een ronde baai, fijne kiezel, gedeelte met zand, geen voorzieningen. Het is hier ook in juli mogelijk leeg.

Algemeen advies bij verborgen baaien

  • Neem altijd water mee — minstens 1 liter per persoon voor een halve dag.
  • Stevige schoenen voor de wandeling, slippers voor in de baai.
  • Geen afval achterlaten — er staan geen prullenbakken. Wat je meeneemt, neem je terug.
  • Sommige routes hebben geen mobiel bereik. Vertel iemand waar je heen gaat.
  • Pas op met schaduw — een paar baaien hebben er geen, in juli kan dat na 11:00 echt te warm worden.

Klaar om de Costa Brava te ontdekken?

Boek een volledig ingerichte caravan en geniet zorgeloos van de Spaanse kust. Je hoeft bijna niets mee te nemen.

Verder lezen